De functie van een bank

De functie van een traditionele bank is in feite heel simpel en bestaat uit:

  1. Het bewaren van geld (registratie van tegoeden).
  2. Het uitlenen van geld (registratie van schulden).

Een bank heeft dus twee belangrijke functies: registreren en bewaren (de bekende kluis). Dit zijn twee functies die later ook terugkomen bij virtueel geld of cryptogeld. Geld naar een bank brengen kan altijd. Hiervoor krijg je een bescheiden vergoeding in de vorm van een rente. Bij het lenen van geld is het wel belangrijk dat de lener het geld kan terugbetalen. Risicomanagement is dus erg belangrijk bij een bank. Kan het uitgeleende geld niet worden terugbetaald, dan kan dit grote gevolgen hebben voor de bank en de mensen die daar hun tegoeden hebben toevertrouwd.

Het (moderne) verdienmodel van een bank bestaat uit onder andere uit:

  1. Renteverschil tussen lenen en bewaren.
  2. Provisie op transacties.
  3. Koppelverkoop (o.a. verzekeringen).
  4. Het begeleiden van een beursgang (de zogehten IPO).
  5. Boekwinsten (door koop en verkoop van belangen).

Een bank dient altijd gecontroleerd te worden door de overheid omdat het niet moeilijk is om geld te laten verdwijnen of om meer geld uit te lenen dan er werkelijk aanwezig is. Een goede bank dient altijd een overheidsgarantie te hebben. De overheid moet dan natuurlijk ook integer zijn want een bank die wordt gegarandeerd door een corrupte overheid is internationaal gezien niets waard en heeft alleen een lokale functie. Dit is de belangrijkste reden dan in veel Afrikaanse landen niet betaald kan worden met de lokale valuta en men liever dollars of euro’s wil hebben.

Banken en overheden hebben de laatste jaren veel vertrouwen verloren. Dit is een belangrijke katalysator voor het onstaan van en toenemende belangstelling voor cryptogeld.